
Mia voelde zich somber na een moeilijke dag op school. Mia's moeder merkte het op en bood haar een boterham aan, in de hoop dat ze zich daardoor beter zou voelen. „Ik wil gewoon naar mijn kamer,” zei Mia.

Mia liep de trap op, maar in plaats van naar haar kamer te gaan, opende ze de deur naar een plek waar ze nog nooit eerder was geweest — de zolder.

Mia verkende de zolder. Hij stond vol met oude, stoffige meubels.

Onder een stapel boeken vond Mia een prachtig, brandschoon penseel. Ze stopte het onder haar arm en nam het mee terug naar haar kamer.

Die avond begon Mia, alleen in haar kamer, te schilderen. Toen gebeurde er iets ongelooflijks. De vlinders die ze schilderde, vlogen van het doek af en kwamen tot leven.

Mia viel vol ongeloof op de grond terwijl ze de vlinders door haar kamer zag fladderen.

Mia haastte zich terug naar het doek en schilderde een eekhoorn, die meteen uit het doek op haar bed sprong. Mia lachte en huilde van blijdschap toen ze besefte dat ze een magisch penseel had gevonden.

De volgende dag straalde Mia van blijdschap. „Mia, is alles goed? Je lijkt... anders,” vroeg Mia's moeder. Mia kon het niet voor zich houden. „Mam, ik heb je iets te laten zien. Ik heb een magisch penseel.”

Mia begon voor haar moeder hun oude huisdier, de schildpad, te schilderen. Alsof ze een spook had gezien, stond Mia's moeder verstijfd van schrik terwijl Herbert van het papier in Mia's hand kroop. „Alles wat ik schilder, komt tot leven!” legde Mia opgewonden uit.

Zodra Mia's vader thuiskwam, vertelde Mia's moeder hem wat ze had gezien. Haar vader lachte en zei: „Ja hoor, schilder dan maar een miljoen dollar voor me.”

En dat deed Mia. Met één penseelstreek viel er een miljoen dollar van haar doek af.

Haar vader pakte het geld en haastte zich de keuken in. „Deborah, kom hier!”

Mia zat op de bank bloemen en regenbogen te schilderen, terwijl ze haar ouders hartstochtelijk over het penseel hoorde ruziën. „We zouden al onze problemen kunnen oplossen. We moeten het geheimhouden.” „Wees niet zo egoïstisch! We zouden ieders problemen kunnen oplossen!”

Eindelijk kwamen Mia's ouders de keuken uit, de woonkamer in die vol bloemen en vlinders was. „Mia, lieverd, mag ik je penseel even zien?”

Met het magische penseel probeerden Mia's moeder en vader meer geld op het doek te schilderen, maar het werkte niet – het geld bleef op de bladzijde zitten. Het penseel werkte alleen voor Mia.

Al gauw stond iedereen in de stad in de rij om Mia te vragen te schilderen wat ze maar nodig hadden. Mia voelde zich blij omdat ze zoveel mensen in nood kon helpen. De stad bloeide weer op.

Na wekenlang schilderen merkte Mia dat steeds dezelfde mensen terugkwamen. Ze hadden nooit genoeg. Mia probeerde hun te vertellen dat ze rust nodig had, maar als ze dat deed, werden ze boos op haar. „Je geeft niet om ons!” „Hoe kun je zo egoïstisch zijn?!”

Er ging een maand voorbij en Mia werd het schilderen steeds meer beu. „Ik kan het niet meer!” riep ze huilend tegen haar ouders. „Mia, je hebt een bijzondere gave die je moet delen,” antwoordde haar vader.

De volgende ochtend, voordat haar ouders wakker werden, glipte Mia met een tas vol kleren en haar penseel de deur uit. Ze was niet van plan terug te komen.

Ze huilde de hele dag terwijl ze door de straten naar de rand van haar stad liep. Daar zat langs de kant van de weg een kleine jongen de grote boom voor zijn huis te schilderen. Voor het eerst in een maand glimlachte Mia, terwijl ze zag hoe de jongen helemaal opging in het schilderen.

Ze ging naast hem zitten. „Hallo, ik ben Mia.” „Hoi, ik ben Kevin.” „Mag ik met je schilderen, Kevin?” „Natuurlijk.” Mia pakte haar magische penseel uit haar tas, maar werd overweldigd door emoties en begon te huilen.

„Is alles goed?” vroeg Kevin. „Ja. Heb je toevallig een penseel dat ik mag lenen?” vroeg Mia. „Wat is er mis met die van jou?” „O, niets, ik had alleen geen tijd om hem schoon te maken.”

„Alsjeblieft.” Kevin gaf haar een penseel van hemzelf. De twee schilderden urenlang samen, totdat Mia's ouders arriveerden.

„Mia, we maakten ons vreselijk veel zorgen! Gaat het wel goed met je? Kom, we gaan! Waar is je penseel?” riep Mia's moeder uit. „Hier.” Mia liet haar moeder Kevins penseel zien en liet het magische penseel bij Kevin achter terwijl ze hem uitzwaaide.